Hogere WIA-instroom onderzocht – Koolmees houdt de vinger aan de pols

“Steeds minder ouderen werken door tot aan AOW-leeftijd”.

Deze kop in dagbladen en nieuwsberichten verdient de jaarprijs voor onbegrip van cijfers & feiten. Wat is er aan de hand?

In 2016 was er een plotselinge toename van instroom in de WIA. Ook in 2017 steeg het getal. Analyses gaven aan dat dit grotendeels van doen heeft met

□ een verlaat gevolg van de crisis (meer WW-ers, zieken onder hen, WIA-instroom)

□ het langer doorwerken van oudere werknemers door de hogere pensioenleeftijd, zeg maar de vergrijzing.

Meermalen werd dit uitgelegd als stijgende WIA-instroom door de stijgende AOW-leeftijd, als argument over de onhoudbaarheid van langer doorwerken. Voor de KoM-nieuwsbrief berekende ik al maanden geleden dat de procentuele toename van WIA-instroom van 60-plussers nauwelijks uitging boven de procentuele toename van werkende 60-plussers. ‘Statistiek met een slag om de arm’, noemde ik dat. Minister Koolmees liet UWV nader onderzoek doen; met name de toenemende WIA-instroom van een mensen met een vast dienstverband baarde zorgen. Koolmees stuurde het rapport 10 december naar de Kamer. Dat bevestigt het beeld van (bescheiden te achten) WIA-toename onder ouderen. Verder blijkt in alle leeftijdsgroepen WIA-instroom van vaste werknemers met zo’n 10 procent toegenomen in 2016 ten opzichte van 2015. Bij vertaling hiervan naar arbeidsparticipatie van ouderen zou de correcte uitspraak volgens mij zijn:

‘Steeds meer ouderen werken door tot aan AOW-leeftijd’.

Dit is ook statistiek met een slag om de arm. Maar Koolmees onderschrijft dit kennelijk. In zijn brief komen de woorden ‘nieuwe actie’ of ‘maatregel’ niet voor, alleen: “Ik blijf de instroomcijfers in de WIA nauwlettend volgen.”

Wat betekent dit voor de arbosector?

Ten eerste, wat ik ook al eerder schreef: ze doen het niet gek, die oudere werknemers, en hun werkgevers en ondersteuning. We mogen trots zijn op het gerealiseerde, en moeten onverstoord verder trekken aan bevordering van duurzame inzetbaarheid van iedereen en langer doorwerken van ouderen.

Ten tweede: de UWV-publicatie geeft aandachtspunten. In alle bedrijfstakken is er meer WIA-instroom in verband met hogere arbeidsdeelname van ouderen. De in 2016 in alle leeftijdsgroepen toegenomen WIA-instroom van vaste werknemers, die betrof met name vrouwen, en deed zich vrijwel alleen voor in vier bedrijfstakken: Gezondheid, Overheid onderwijs, Overheid overig en Financieel & Diensten. UWV zag een een bovengemiddelde instroom vanwege stressgerelateerde ziektebeelden. Gelinkt aan reorganisaties? Een opgave voor preventieve en curatieve actie door de arbosector? Inmiddels meldt op LinkedIn UWV-er Carla van Deursen, mede-auteur van het rapport: “Dit was eenmalig. De WIA-stijging in 2018 is veel kleiner dan die in 2016 en geheel aan de vergrijzing toe te schrijven.” Laten wij de instroomcijfers in de WIA nauwlettend volgen.

 

Ton van Oostrum

 

Brief Koolmees, externe link

Carla van Deursen op LinkedIn, externe link

Be the first to comment on "Hogere WIA-instroom onderzocht – Koolmees houdt de vinger aan de pols"

Leave a comment

Your email address will not be published.


*