EVALUATIE BEZAVA NOG LANG NIET AFGEROND, ASSCHER AL AARDIG TEVREDEN

Uit KoM-nieuwsbrief 26 januari 2016

Kamercommissie haalt rapporten en kabinetsopvatting feitelijk van de agenda

De ‘Wet BEperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid VAngnetters’ ofwel ‘Modernisering van de Ziektewet’ werkt sinds januari 2013. Vele werkgevers ervaren de wet als onrechtvaardig. Ze blijven mogelijk jarenlang financieel verantwoordelijk voor werknemers die soms maar heel kort in dienst zijn geweest. De vakbeweging wijst op risicomijdend aannamebeleid en een verslechtering van de positie van werknemers zonder vast dienstverband.

Frank Cox, bedrijfsarts-jurist bij Rienks Arbodienst, onderzocht de wet al in voorjaar 2014. Hij voerde een enquête uit onder werkgevers. Er werden 303 vragenlijsten ingevuld, merendeels door grote en middelgrote commerciële bedrijven. Er mag een zekere representativiteit worden aangenomen voor deze bedrijven, in het bijzonder voor de grote. Hij concludeert onder meer tot het bestaan van een grote overall ontevredenheid onder werkgevers, risicomijding en -selectie. Dat laatste betreft bijvoorbeeld risicosporten, verzuimhistorie, en de eigen indruk van de werkgever over de gezondheid van de kandidaat. De publicatie in augustus 2014 kreeg aandacht van onder meer VNO dat een vernietigend persbericht over de BeZaVa uitbracht.

Minister Asscher heeft 17 december 2015 diverse stukken aan de Tweede Kamer gestuurd voor de wettelijk verplichte evaluatie van de BeZaVa.

Dat betreft allereerst de UWV-monitor 2015. Bij grofweg één op de drie beoordeelde ZW-gerechtigden wordt het ziekengeld na één jaar beëindigd. Er is echter bij de vangnetters (behalve bij uitzendkrachten) geen duidelijke daling in de instroom in de ZW.

Ook stuurde de minister een onderzoek van Regioplan naar gedragsreacties op de wet. Dat omvangrijke project had een externe begeleidingscommissie met onder meer VNO. In een enquête met 1726 deelnemende werkgevers onderzocht Regioplan risicoselectie door stellingen voor te leggen. De meerderheid onderschrijft de stelling ‘dat werkgevers door de premiedifferentiatie beter letten op Ziektewetrisico’s bij het aannemen van tijdelijke werknemers’. Het toepassen van risicoselectie in de praktijk is echter moeilijk: het is volgens dezelfde werkgevers niet goed mogelijk ziektewetrisico’s in te schatten bij aanname. Verder concludeert het bureau dat de BeZaVa vooralsnog vooral werkt in de uitzendsector.

De minister begeleidde dit met een brief aan de Kamer. Daarin kondigt hij voor eind 2016 een derde rapport aan: resultaten zoals werk vinden door mensen van wie de uitkering is beëindigd en instroom in de WIA. Daarvoor is het nu te vroeg. Alsdan zal Asscher ook een integraal oordeel geven. Hij vindt de eerste evaluatie-uitkomsten al bemoedigend. Verder is volgens hem “.. niet duidelijk op te maken of en in hoeverre risicoselectie daadwerkelijk plaatsvindt.”

Het is zinvol rapporten van Cox resp. de overheid naast elkaar te leggen, en bevindingen te delen met de kamercommissie bij haar bespreking van de brief van Asscher. Die gelegenheid blijkt verdwenen. Op 19 januari in een zgn. procedurevergadering besloot de commissie deze brief niet meer te agenderen, want deze was reeds … “betrokken bij het algemeen overleg over Loondoorbetaling bij ziekte op 14 januari 2016.” Daar stond het niet op de agenda, en er is geen woord over het onderwerp gezegd. De Kamer heeft u en mij dus de mogelijkheid ontnomen commentaar te leveren. Dit wordt vervolgd, zal ik maar zeggen.