Rapport CPB: maken verzekeraars verwachting niet waar?

Uit KoM-nieuwsbrief 20 september 2015

Rapport CPB geeft vooral reden tot verdere analyse en debat

Privaat verzekerde bedrijven presteren tot nu toe niet beter in preventie en re-integratie dan niet-privaat verzekerde bedrijven. Verzekeraars lieten na “.. hun toegevoegde waarde te demonstreren door werkgevers te bewegen tot betere preventie en re-integratie.” Dat was wel verwacht tien jaar geleden bij de start van de WIA. De integratie van de verzekeringsmarkten voor loondoorbetaling respectievelijk WGA is er evenmin.

Dat zijn bevindingen van het Centraal Planbureau, gepubliceerd op 3 september. In de vorige nieuwsbrief stipten we dit aan, met de belofte er dieper in te duiken. Nu dus.

Publicatie gaf speculatie

“Private verzekeraars zijn in veel gevallen minder goed” had het Financieele Dagblad in juli al eens gemeld. Het CPB concludeert nu dat ‘publiek en privaat het ongeveer even goed doen’. Haar persbericht eindigde opmerkelijk: “Als privaat verzekerde bedrijven gedurende langere tijd niet beter presteren dan niet-privaat verzekerde bedrijven, dan vervalt een van de argumenten voor de huidige opzet van de WGA-markt met een publieke verzekeraar en meerdere private verzekeraars.” Diverse bladen bouwden voort op deze zin, en zo schoot een discussie verschillende kanten op, met oproepen tot snelle actie. “Privaat verslaat UWV niet bij verzuimpreventie” kopte ArboRendement. Verzekeraars haastten zich in juli en nu te melden dat ze inmiddels beter presteren.

Structurele problemen op deze markt?

Een hybride markt kent uiteraard problemen. Zo is hier UWV de ‘default’ verzekeraar met acceptatieplicht. Private verzekeraars moeten concurreren om klanten, maar hebben die plicht niet. Hierdoor kunnen ze slechte risico’s weigeren of een hoge premie berekenen. Dan kunnen ze de ‘goede risico’s naar zich toe trekken’. Het CPB ziet in de praktijk geen aanwijzingen dat private verzekeraars daarin slagen!

Deze hybride markt heeft een behoorlijk gelijk speelveld (door regulering als de premiehobbelopslag en de regeling van staartlasten; liefhebbers moeten zelf maar naslaan wat dat inhoudt). Het is dan opmerkelijk dat publiek en privaat verzekerde bedrijven vergelijkbare resultaten hebben in (preventie van) instroom in de WGA!

Hetzelfde geldt voor re-integratie, uitstroom uit de WGA. Daar zitten mogelijke knelpunten.

De verzekeraar heeft voordeel bij die uitstroom, de werknemer zelf heeft meer belang bij niet-volledige re-integratie.

Private verzekeraars zouden volgens het CPB het verschil kúnnen maken, vooral bij integratie van de markten voor loondoorbetaling resp. WGA. Dan is financiële verantwoordelijkheid 12 jaar in één hand. Voor verzekeraars is realiseren van die integratie een lastige opgave. De markt voor loondoorbetaling bij ziekte trekt vooral kleine en middelgrote bedrijven, terwijl de vraag op de private markt voor de WGA vooral van grote bedrijven komt. Oplossingen stuiten vooralsnog op onverenigbaarheid van enerzijds het beschermen van kleine bedrijven tegen grote financiële risico’s, en anderzijds het hen stimuleren tot preventie en re‐integratie. Een verplichte verzekering loondoorbetaling en WGA voor alléén de allerkleinste bedrijven zou volgens het CBP een uitweg kunnen zijn.

De conclusie lijkt me duidelijk: dit verdient nog nadere analyse en debat, geen overhaaste maatregelen.