Nieuwsbrieven 2016 – 2e kwartaal

Uit de nieuwsbrieven ouder dan medio november 2016 publiceren we een selectie, vooral artikelen met meer waarde dan-het-nieuws-van-de-dag. Onderaan deze pagina vindt u nog enkele nieuwsbrieven als downloadbare PDF.

////////////////////////////

 

Uit KoM-nieuwsbrief 20 juni 2016

UITDAGINGEN VOOR DE ARBOSECTOR

Een leven lang leren en gezondheid zijn ongelijk verdeeld

Het Sociaal Cultureel Planbureau trok eind augustus de aandacht met haar tweejaarlijkse rapport ‘Aanbod van arbeid’. Dat is een langlopend onderzoek onder circa 4500 mensen, nu met bevraging in najaar 2014. De pers pikte op dat meer werkenden tenminste twee banen hebben. Er zit méér interessant materiaal in deze 120 pagina’s.

Combineren en flexibiliseren neemt toe

De arbeidsmarkt kent diverse aldus te typeren ontwikkelingen: meer werkenden doen ook mantelzorg, verschillende banen, een studie of hebben een flexibel contract. In 2014 gaf 18% van de werkenden mantelzorg, 6 %-punt meer dan in 2004. Een op de vijf werkenden met een zorgtaak (kindzorg of mantelzorg) ervaart daardoor druk. Een last als “spitsuur van het leven” raakt niet alleen jonge ouders, maar vaker ook oudere werknemers met zorgbehoevende naasten. Het SCP ziet samenhang met een hoger ziekteverzuim.

De toename van werkenden met meer dan één baan is bescheiden en ging veel geleidelijker: van 3% in 1986 naar 9% in 2014. Het betreft vooral werknemers die tevens als zelfstandige werken. 17% van de mensen met een combinatiebaan maakt werkweken boven 48 uur, bij laagopgeleiden is dat 27%.

Ongeveer vier op de tien werkenden deed in de twee jaar voor de meting scholing. Dat is nagenoeg onveranderd in de periode 2004 – 2014. Laagopgeleiden, ouderen, flexwerkers en mensen met een mindere gezondheid krijgen vrij weinig scholing. Binnen hun werk leren ze ook weinig of niet ‘informeel’ bij volgens het Arbeidsaanbodpanel. Van de laagopgeleiden die bijleren noodzakelijk vinden, krijgt 24% scholing, tegen 57% van de hoogopgeleiden. Inspanningen van overheid en sociale partners voor ‘een leven lang leren’ hebben kennelijk nauwelijks resultaat, zeker niet aan de onderkant.

“Werken is een plicht die je hebt tegenover de maatschappij” vindt 59%. Het arbeidsethos is flink, óók bij werklozen en bijstandsontvangers. Steeds meer mensen verwachten langer door te moeten werken, maar velen zien belemmeringen. Van de laagopgeleide 55-plussers geeft 40% aan een minder dan goede gezondheid te hebben; bij hoogopgeleiden is dit 10 procentpunten lager.

Kansen

De SCP-gegevens zijn voor de wetenschap nog uiterst interessant. Het bureau publiceerde nu alleen over groepen, maar ondanks uitval uit het panel is voor vele respondenten en huishoudens jaren terug te kijken voor mogelijke causale uitspraken. Is het bijvoorbeeld zo dat wie zich jarenlang niet bijschoolt er slechter aan toe is dan iemand die dat wel doet?

Wat betreft de arbodienstverlening zei ik al vaker: scholingsadvies zou deel moeten uitmaken van ons instrumentarium. Dit niet alleen voor de (steeds grotere groep) ouderen bij wie diverse kwesties cumuleren. Voor mij wijst dit SCP-rapport opnieuw op ‘de onderkant’ in arbeidsorganisaties. Die extra dreiging van uitval, zou dat een uitdaging moeten zijn voor klant-werkgevers en arbodienstverleners?

 

 

Uit KoM-nieuwsbrief 20 juni 2016

‘FLEX IS DOORGESLAGEN’

Flexboegbeeld bepleit regulering rond zzp-ers

‘Flex is doorgeslagen’, dat heeft u vaker gelezen. Nu komt die uitspraak uit opmerkelijke hoek. Aart van der Gaag, twee decennia actief in de uitzendsector, laat zich interviewen door het Financieele Dagblad bij zijn afscheid als voorzitter van uitzendkoepel ABU. Hij staat bekend om samenwerking met vakbonden voor een uitzend-cao en handhaving erop, en om weerklank bij links en rechts in het Haagse. Hij profileerde zijn sector als banenmotor, bemiddelaar van allochtonen en groepen met een vlekje. Hij blijft ambassadeur voor de 100.000 banen voor arbeidsgehandicapten die het bedrijfsleven in het Sociaal Akkoord van 2013 toezegde voor 2026. Daarmee houdt hij een sleutelpositie tussen politiek en georganiseerd bedrijfsleven.

‘Bruggenbouwer’ Van der Gaag haalt opmerkelijk uit naar de vakbeweging en minister Asscher: flex heeft door hun toedoen een negatieve connotatie gekregen.

‘De zzp’er is onze concurrent geworden’

Bij nauwkeurig kijken in het FD 16 juni lees ik: “De echte wildgroei komt van deeltijdbanen en zzp-groei. .. De flexibilisering is ook doorgeslagen. Ik heb dat altijd keihard ontkend. Ik zei: vakbonden u kletst uit uw nek, maar ik sprak vanuit de uitzendwereld en zag minder wat er in de zzp-markt gebeurde. Ik maak mij oprecht zorgen over de onderkant, platforms als Uber, dagloners maar ook uitzendkrachten die van contractvorm naar contractvorm huppelen. Het is een oplosbaar probleem als we voor die groep iets regelen.” Een nieuw kabinet moet zijns inziens in 2017 de fundamenten leggen voor een gelijk speelveld: uitzendwerk is te duur door cao’s en verplichte sociale premies, zzp’ers kunnen door het fiscale voordeel onverzekerd werken voor € 10 per uur.

 

 

Uit KoM-nieuwsbrief 6 juni 2016

KANKERVERWEKKENDE STOFFEN: TIJDBOMMEN DIE DECENNIA LATER ONTPLOFFEN

Hoe kijken de vakbeweging en professionals nu naar het stelsel grenswaarden?

“Werkelijk een stille moordenaar”. Krachtige termen gebruikte minister Asscher 23 mei. Hij opende een driedaagse conferentie over preventie van werkgerelateerde kanker. Dit in het kader van het Nederlandse EU-voorzitterschap. Het kabinet opereert daarin onder de radar van publiciteit. Asscher deed dat hier niet. Welbewust voor binnenlandse politiek?

Eerder had de Europese Commissie voor werk met 13 kankerverwekkende stoffen grenswaarden aangekondigd: een maximaal aanvaarde blootstelling. Het Europees ‘Arbo’-Agentschap heeft een ‘road map’ met kennisbevordering over carcinogenen en werk. De minister dankte de Commissaris omstandig. Hij zei begrepen te hebben dat de Commissie nog meer grenswaarden in de pijplijn heeft, en aan het Europees expertcomite een adviesaanvraag voorbereidt over een volgende set. Asscher: “We gebruiken dit momentum om het aantal grenswaarden uit te breiden naar de 50 meest voorkomende kankerverwekkende stoffen op de werkplek in de lidstaten.” Dit beschermt 70% van de werknemers die met stoffen moeten werken.

Even terug naar 2007. De overheid zou zich zo veel mogelijk beperken tot doelvoorschriften, sociale partners konden zelf arbocatalogi maken met goede praktijken, beproefde werkwijzen en overige concretisering. Wat betreft gevaarlijke stoffen legde de SER zich neer bij een soortgelijke aanpak: meer ruimte en verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven, minder grenswaarden van de overheid. Die zou voornamelijk nog grenswaarden gevaarlijke stoffen stellen voor carcinogenen desnoods vooruitlopend op de EU. Bij het eerstvolgende SER-advies gevaarlijke stoffen, over allergenen in 2009, steunden de werkgevers een pleidooi voor grenswaarden. Naar verluidt om de vakbeweging binnenboord te houden bij de AOW-kwestie.

Zoekt Asscher bewust publiciteit?

Bij evaluatie in 2012 bleek er geen verstandig woord te zeggen over de werking van het nieuwe grenswaardenstelsel. De vroegere waarden werden nog steeds gehanteerd. Rutte-I wilde het beleid voortzetten, staatssecretaris De Krom (VVD) sprak zich uit voor ‘ambitieuze Europese grenswaarden’. Asscher in Rutte-II nam dat uitdrukkelijk over, om de vakbeweging te paaien. En hij afficheert dat nu met een sterk ‘werknemersvriendelijke’ speech.

Over 7 maanden bestaat het nieuwe stelsel grenswaarden gevaarlijke stoffen 10 jaar. Zijn we verder gekomen? Europa is eindelijk een beetje in beweging, dank zij Asscher overigens. De vakbeweging blijft pleiten voor grenswaarden en accepteert in de SER nog altijd ‘haalbare’ laagwaardige grenswaarden ter wille van werkgelegenheid. De werkgevers bestrijden publiekelijk ‘al die regeltjes’ en vinden het verder makkelijk zich achter de overheid te verschuilen. Dus hebben de professionals een sleutelrol. Op de LinkedIn-pagina van de KoM maak ik discussieruimte.

 

Uit KoM-nieuwsbrief 9 mei 2016

ONTSLAGRECHT MOEILIJKER, MEER JURIDISCHE DRUKTE ?

Zorgen hierover zetten nieuwe arboverplichtingen onder druk

De juli 2015 gewijzigde Wet Werk en Zekerheid beoogde eenvoudiger ontslagrecht. Diverse juristen voorzagen het tegendeel. Minister Asscher gaf in november in een brief aan de Kamer als indruk dat de eerste jurisprudentie wetsconform was. Hoogleraar arbeidsrecht Peters uit Groningen maakte midden maart de stand op: zij neemt troebelen waar.

De WWZ regelt vaste compensatie voor de werknemer voor de gevolgen van het ontslag. Die transitievergoeding is te berekenen aan de hand van leeftijd en dienstjaren. Dat is simpel. Een vergoeding daarboven zou alleen aan de orde moeten zijn bij te bewijzen ‘ernstig verwijtbaar gedrag’ van de werkgever. Peters ziet rechters daarbij aansluiten, maar vervolgens worstelen met de hoogte van die vergoeding, door onduidelijkheid in de wet. “De rechters blijken … gelukkig hun eigen weg te kiezen.” Een aantal weegt ook de financiële en andere gevolgen voor de werknemer, in weerwil van de bedoeling van de wetgever. De nog gebrekkige motivering geeft geen houvast voor het bedrijfsleven.

Vereenvoudiging en dejuridisering liggen dus niet vanzelf in het verschiet. Een goede evaluatie vereist inzicht in oplossingen zonder de rechter. Daar is nu nog geen informatie over.

Hoe dan ook: méér werkgevers ervaren nu dat ontslag niet makkelijker werd. Vóór juli 2015 kon een (mkb)werkgever die geen goed dossier had opgebouwd de kantonrechter vragen de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De rechter ging daar meestal in mee omdat snelle ontbinding gecompenseerd werd met een vergoeding volgens de ‘kantonrechters-formule’. Dat kan nu niet meer, een werkgever moet met een dossier een harde ontslaggrond bewijzen. Anders mag de rechter niet ontbinden. Dit is te zien als consequentie van het ‘gelijk trekken’ van de eerdere twee ontslagroutes.

Dat neemt een groeiend onbehagen in het bedrijfsleven niet weg. Dat remt het – ook door werkgeversorganisaties gewenste – tegengaan van oneigenlijke tijdelijke contracten, en zet extra druk op het overleg van centrale organisaties voor WWZ-aanpassing. Zulk sentiment is minder gunstig voor nieuwe arboverplichtingen als de second opinion en de samenwerking van arbodienstverleners en preventiemedewerkers en medezeggenschap. Tandje bijzetten dus.

(Met dank aan Igor Janssen voor commentaar.)

 

Uit KoM-nieuwsbrief 11 april 2016

BEDRIJFSARTSEN EN PROFESSIONALS KRIJGEN ROOSJES MET DOORNEN

SER-advies chronisch zieken revisited

“De bedrijfsarts is volgens de SER de aangewezen persoon om bij te dragen aan een veilig klimaat en de dialoog in goede banen te leiden”. Het staat er echt in het SER-bulletin van april. En ook: “Een deel van de werknemers (16 procent) zegt geen vertrouwen te hebben in de onafhankelijkheid van de bedrijfsarts.”, aldus het advies. De werkgevers, werknemers en kroonleden in de SER zijn gematigd vriendelijk voor de arbosector. Ik zie wat prikkende puntjes.

In vorige nieuwsbrief wees ik op het SER-advies over arbeidsinschakeling van chronisch zieken: de publieksversie is zeer leesbaar! Centraal staat het open gesprek tussen werknemer en de werkgever. Het is terecht dat de SER blijft hameren op ’n bedrijfscultuur waarin men mét elkaar zaken aanpakt. De SER vindt de inzet van de bedrijfsarts en andere (arbo)professionals wezenlijk voor werk van de chronisch zieken (in 2030 7 miljoen!).

Privacyproblematiek onderbelicht

De SER wil het gesprek over mogelijkheden stimuleren, haar verwoordingen leiden echter soms naar praten over medische belemmeringen. De SER lijkt zich dat bewust, ze wijdt vele pagina’s aan ‘openheid en privacy’. Knelpunten en dilemma’s worden benoemd, KNMG-codes geciteerd. De SER wijst nergens op het normenkader voor de werkgever van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP, voorheen CBP). Die do’s en don’ts kunnen op de werkvloer knellen in de omgang met chronische ziekte. In haar rapport van 2008 ziet het CBP het als uitzonderlijk maar mogelijk dat de werkgever gegevens registreert van bijvoorbeeld een werknemer met epilepsie. Collega’s moeten dat weten voor adequaat handelen bij een aanval. Inmiddels is de privacy-waakhond kritischer en twijfelen experts of zulke uitzonderingen nog mogen. De SER heeft een reeks aanbevelingen voor nader onderzoek, echter niet over meer werkbare oplossingen voor werkgevers en professionals.

Ziekteverzuim van chronisch zieken niet vaker, wel langer

De SER vat verzuimgegevens van chronisch zieken aldus samen. Ze bepleit bij het kabinet een no-risk polis. De SER haalt niet aan een verkenning van het NIVEL: dat suggereert stijgend verzuim bij langere duur van de chronische ziekte. Een keihard gegeven is pas mogelijk na een veel langere onderzoeksperiode. Maar toch lijkt me dit een aandachtspunt voor de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners. De balans tussen zelfwerkzaamheid van de werknemer en zorg van de professional kan met de jaren steeds bijgesteld moeten worden: een dilemma erbij voor de arbodienstverleners. Maar ze kunnen het aan, uitbundiger waardering van de SER komt nog wel.

 

 

BETEKENT DE ABRONA-ZAAK HET EINDE VAN EIGEN REGIE?

Door Igor Janssen, FERMM advocaten

Op 3 maart publiceerde de Autoriteit Persoonsgevens (opvolger van het CBP) op zijn website zogeheten definitieve bevindingen: in een openbare versie het onderzoek naar de verwerking van gegevens over de gezondheid van werknemers van zorginstelling Abrona.

Uit het rapport blijkt dat Abrona een vorm van Eigen Regie toepast. Abrona betrekt in haar model de bedrijfsarts in drie situaties: indien een situatie complex is, wanneer er meer dan drie ziekmeldingen op jaarbasis zijn en als de zieke werknemer gedeeltelijk wil werken. Abrona maakt ook gebruik van een arbeidsdeskundige. Deze arbeidsdeskundige stelt functionele beperkingen vast. Abrona heeft in haar zienswijze niet toegelicht in welke gevallen de arbeidsdeskundige wordt betrokken. De Autoriteit heeft hieruit afgeleid dat in de overige situaties Abrona de bedrijfsarts en de arbeidsdeskundige niet betrekt bij de ziekmelding. In deze gevallen verwerkt de leidinggevende de verzuimreden en zonder afstemming met de bedrijfsarts of een arbeidsdeskundige. Dit wordt ondersteund door de verklaring van Abrona dat de leidinggevende samen met de zieke werknemer een keuze in verzuimreden maakt.

Verwerking van de verzuimreden door de werkgever is in beginsel taboe vanuit het perspectief van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Maar Abrona deed meer: de werknemer gaf in overleg met zijn/haar leidinggevende zelf aan welk percentage hij/zij kon werken. De leidinggevende noteerde vervolgens keurig het arbeidsongeschiktheidspercentage in het verzuimsysteem. Daar kwam geen voorafgaand onderzoek en/of oordeel door een bedrijfsarts of arbeidsdeskundige aan te pas. Deze verwerking heeft de Autoriteit als onrechtmatig gekwalificeerd, omdat het vaststellen of de werknemer arbeidsongeschikt is en de mate waarin hij dat is, ‘uitsluitend een taak is van de bedrijfsarts’, aldus de Autoriteit. De consequentie daarvan is dat de werkgever alleen de functionele mogelijkheden en beperkingen mag verwerken die zijn teruggekoppeld door de bedrijfsarts of een arbeidsdeskundige.

AP nu consistent met CBP-opvatting 2008

De vraag is in hoeverre het oordeel van de Autoriteit op gespannen voet staat met de opvatting van de NVAB dat een bedrijfsarts adviseert en – in tegenstelling tot een verzekeringsgeneeskundige – geen claimbeoordeling uitvoert, maar voor de verwerking van persoonsgerelateerde gezondheidsgegevens maakt het antwoord op die vraag geen verschil. Vast staat dat het oordeel in de zaak Abrona consistent is met de studie van het CBP uit 2008 (‘De zieke werknemer en privacy’). In dat document viel ook al het volgende te lezen:

‘Ten behoeve hiervan is het voor de werkgever noodzakelijk om te weten wat de functionele beperkingen van de zieke werknemer zijn en of er eventuele aanpassingen van de werkplek of het werk nodig zijn in het kader van deze re-integratie. De vraag is echter of de werkgever deze informatie bij de ziekmelding direct bij de zieke werknemer mag opvragen of dat de arbodienst of bedrijfsarts deze informatie dient te verschaffen. De meest geëigende weg is om dit via de arbodienst te laten verlopen. De zieke werknemer dient de bedrijfsarts namelijk te informeren over aard en oorzaak van de ziekte en daarnaast beschikt de bedrijfsarts over de benodigde medische kennis om een deskundig oordeel te kunnen geven over de functionele beperkingen en de eventueel noodzakelijke aanpassingen in het kader van de re-integratie. Wanneer er sprake is van (een vermoeden van of vrees voor) langdurig verzuim heeft de arbodienst zelfs een wettelijke taak om de werkgever hierover te informeren onder meer door het opstellen van een probleemanalyse en re-integratieadviezen.

In het kader van de re-integratieverplichting van de werkgever is het evident dat er zo spoedig mogelijk over de maatregelen in het kader van de re-integratie wordt gesproken. In bepaalde situaties is het voorstelbaar dat dit zelfs al bij de eerste ziekmelding in het gesprek tussen de werkgever en de zieke werknemer ter sprake kan komen. Bijvoorbeeld in de situatie dat de werknemer zich ziek meldt vanwege een verstuikte enkel en dit vrijwillig aan de werkgever vertelt. In dat geval kan er al vrij snel gesproken worden over (alternatief) vervoer zodat de werknemer weer spoedig (gedeeltelijk) aan het werk kan. De werkgever kan met andere woorden soms al in een vroegtijdig stadium voorzichtig informeren naar eventueel mogelijke aanpassingen in het kader van de re-integratie van de zieke werknemer. Dit zal met name het geval zijn als er sprake is van eenvoudige klachten, waarover de werkgever uit vrije wil door de zieke werknemer geïnformeerd is en waarbij de aanpassingen voor de hand liggen. De werkgever dient er echter voor te waken de werknemer uitspraken te ontlokken over aard en oorzaak van de arbeidsongeschiktheid.’

Aan de slotzin dient nu toegevoegd te worden dat de werkgever er ook voor dient te waken de werknemer uitspraken te ontlokken over de omvang van dien arbeidsongeschiktheid.

Eigen Regie beperkt?

Wat betekenen de conclusies van de Autoriteit voor Eigen Regie? Over Eigen Regie als zodanig oordeelt de Autoriteit niet. De bevindingen maken slechts duidelijk dat – Eigen Regie of niet – de werkgever gezondheidsgegevens die tot een persoon herleidbaar zijn alleen via de filter van de bedrijfsarts en/of arbeidsdeskundige mag verwerken. Beperkt hem dat in de implementatie van zijn Eigen Regie-model? Ik denk het niet. De ruimte ligt bij eenvoudige verzuimgevallen waarin de oplossing voor de hand ligt. In gecompliceerdere gevallen ligt het voor de hand dat het Eigen Regie-model al snel tegen bepaalde grenzen zal aanlopen, omdat daarin naast de expertise van de werkgever behoefte bestaat aan expertise van een vakman of vrouw op medisch- of arbeidsdeskundig vlak.

 

Uit KoM-nieuwsbrief 9 mei 2016

ADVIESROL BEDRIJFSARTS WAS AL IN 2002 BEDOELD

Asscher licht arbowetswijziging toe

Er was veel discussie rond het verschil tussen ‘adviseren’ of ‘bijstand verlenen’ door de bedrijfsarts. Minister  Asscher maakt nu duidelijk dat ‘adviseren’ al in 2002 bedoeld was door alle partijen. Hij zal de ‘second opinion’ nader regelen in het Arbobesluit na overleg met het veld, en laat zich daarom nu niet verder uit. Dat zijn belangrijke punten uit de zogeheten ‘Nota naar aanleiding van het verslag’ bij de arbowetswijziging versterking betrokkenheid arbodienstverlening.

 

Enkele nieuwsbrieven als downloadbare PDF

KoM-nieuwsbrief 2016-04-25 Asschers uitonderhandelde pakket bevat verrassing voor arbosector

KoM-nieuwsbrief 2016-05-09 De adviesrol van de bedrijfsarts was al in 2002 beschreven

KoM-nieuwsbrief 2016-05-22 KOM TREKT AAN DE BEL BIJ AUTORITEIT PERSOONSGEGEVENS