Kwaliteit op Maat - Nieuwsbrief

maandag 3  april 2017

---

Bedrijfsarts worden: het betere werk!

Tegen de zwartgalligheid over het beroep

De KoM heeft als netwerk in opbouw weinig geld, maar we zijn er als DB trots op dat we 500 euro hebben kunnen vrijmaken, dit en volgend jaar: om artsen-in-spe te interesseren voor het beroep bedrijfsarts. De campagne en website ‘bedrijfsarts worden: het betere werk’ gaan door; Carlita Rossou en ik werken mee in de projectgroep, de KoM leverde twee ambassadeurs. Met die persoonlijke inzet willen we doorgaan. De 500 euro zijn voor voorlichting op faculteiten geneeskunde: om aanstaande dokters te informeren over bedrijfsgeneeskunde, ze kennen het vak immers zelden vanuit coschappen.

Zulke werving is in het belang van het vak, én: er zijn juist nú kansen op resultaat.

Onderzoek laat zien dat ongeveer één op de acht medisch specialisten in Nederland last heeft van burn-outklachten en een verhoogd risico op een burn-out. Bij AIOS ligt dit aantal zelfs nog hoger. Ook onder huisartsen gaf 70 procent aan weleens burn-outverschijnselen te hebben en 80 procent ziet burn-outverschijnselen bij collega’s. Zelfs al bij co-assistenten had 18 procent de kenmerken van een burn-out.

Ze zijn niet nieuw, zulke gegevens, we vinden ze nu op de site van de KNMG. Opmerkelijk is dat de zwaarte van het dokterswerk meer onder ogen wordt gezien bij  de beroepsgroep zelf. Op 25 maart was er de KNMG-carrièrebeurs, over allerlei vakinhoud, maar niet in het minst over ‘zelfzorg en zelfkennis’ met het oog op loopbaankeuze. KNMG district Groningen organiseert 5 april een thema-avond “Carrière en privé; welke keuzes maak jij?”, KNMG-Limburg heeft  6 april een themabijeenkomst over: werkdruk onder artsen. Een van de twee lezingen behartigt de vraag hoe als arts (in opleiding) gezond te (blijven) werken. Wie geeft die lezing? Jawel: een bedrijfsarts.

Dit alles duidt op haast existentiële vragen onder artsen (in-spe). De site bedrijfsartsworden.nl benoemt de pluspunten van bedrijfsarts zijn: je maakt het verschil, je bent vrij en ondernemend, je bent actief op vele fronten, je blijft je ontwikkelen, je hebt uitstekende kansen op een goed betaalde baan. “Voordeel is dat je tijdens kantooruren werkt en geen avond-, nacht- en weekenddiensten hebt. Je kunt er dus een normaal sociaal leven op nahouden. Lastig kunnen de gesprekken zijn die je soms moet voeren, hoewel ik die vooral als uitdaging ervaar. Het geeft bovenal veel voldoening om iemand weer aan het werk te krijgen. Dat is toch vaak wat mensen het liefst willen.” Aldus bedrijfsarts-opleider Freek Broekman op de site van Medisch Contact “Arts-in-spe”.

Investeren in voorlichting blijkt trouwens ook nodig. Gek genoeg is er nog steeds merkwaardige beeldvorming, dóór bedrijfsartsen. In een blog in Medisch Contact op 27 maart vertelt André Weel dat een dokter-in-dienstverband ook wel eens een bedrijfsarts kan moeten bezoeken [klopt !], maar dan een bedrijfsarts kan treffen die bang is “.. om empathie te tonen. Empathie beschouwt dit type als een hellend vlak naar het medicaliseren van de klachten.” Ook kan men een bedrijfsarts-kwelgeest treffen: “pseudo-empathisch. Een ordinaire beoordelaar. .. U moet weer aan het werk.” [dit klopt niet!]. We denken met deze 500 euro een heel goede besteding te hebben van jullie centen: tegen zulke zwartgalligheid. 

Dianne van der Putte 

=========================================================================

Second opinion, KoM voor kwaliteit, wie wil meewerken? 

De arbowetswijziging van 1 juli zal meer vraag naar second opinions met zich brengen. Er is volop reuring over. De KoM wil het instrument liefst inzetten voor verdere versterking van kwaliteit. Belangrijk is dat de ‘eerste bedrijfsarts’ de werknemer op weg helpt naar een bedrijfsarts met relevante expertise. Is het een optie dat we met elkaar in kaart brengen welke expertises KoM-leden hebben, en in welke regio's? Voorzien we daarmee in vragen vanuit de markt? Wat is er aan ICT nodig en mogelijk, hoe bereik je (daarmee) een soepele gang van zaken waarbij leden rechtstreeks contact opnemen met elkaar? Ideeën? Ervaring? Wil je meewerken? Mail: db@kwaliteitopmaat.com.

 

Autoriteit Persoonsgegevens handhaaft niet tot 2018

De Autoriteit stelt scherpe eisen aan verwerking van persoonsgegevens, zeker als het gezondheid betreft. In de arbosector wordt gewerkt aan analyse van problemen en aan aanpak. De Autoriteit geeft dan ook tijd voor implementatie tot 2018.

 

Vooraankondiging: webinar over rapport kwartiermaker

Noteer alvast in uw agenda: 16 mei, 17.00 - 17.45 uur. KoM bespreekt de belangrijkste uitkomsten van het rapport over de toekomst van de branche.

=======================================================================

Handhavingsnieuws uit het Amerikaanse Labour Department beperkt

De Occupational Safety and Health Administration is belast met voorlichting en toezicht op de wetgeving voor gezond en veilig werken in de VS. Dit OSHA werkt onder meer met persberichten over handhaving bij met naam genoemde werkgevers. Vanaf 1 november bracht het ruim 80 berichten uit, tot vlak voor Trumps inauguratie op 20 januari. Sindsdien verscheen geen handhavingnieuws, en evenmin van een tweede instantie van het Ministerie van Arbeid, de Divisie loon en werktijden. Op 10 maart verbrak deze divisie wel de stilte met enig handhavingnieuws.

Ambtenaren hebben niet gereageerd op verzoeken om commentaar. Afschrikking door publiciteit is volgens de Amerikaanse vakbeweging onmisbaar: de OSHA zou door de kleine omvang 145 jaar nodig hebben om alle werkplekken te inspecteren. Speelt de wisseling van leiding een rol? Trumps eerste kandidaat voor het ministerschap werd teruggetrokken, zijn gedachte opvolger wachtte in maart nog op hoorzittingen. Bij de wisseling van de Bush- naar de Obama-regering in 2008/2009 was er géén sprake van opschorten van nieuws over handhaving. Overigens zijn er geen aanwijzingen dat de handhaving zelf gestopt zou zijn.

========================================================================

 

Jagen ontslagbescherming en loondoorbetaling flexwerk aan?

De arbosector kan vertrouwen scheppen over zorgpunten van werkgevers

‘Kleine bedrijven durven nauwelijks mensen vast aan te nemen’. We horen het vaak. Sterke ontslagbescherming, lange loondoorbetaling, ze zouden oorzaak zijn van de snelle en hoge vlucht van ‘flex’ in Nederland. De hoogleraren De Beer en Verhulp relativeren dat in hun “Dertig vragen en antwoorden over flexibel werk” dat 15 maart verscheen. Ze onderzoeken samenhangen door vergelijken van landen.

De OESO gebruikt Employment Protection Legislation (EPL) indicatoren voor de mate van ontslagbescherming.

Geen effect bij verschil ontslagbescherming regulier - tijdelijk contract 

De auteurs vergeleken de scores van 24 Europese OESO-landen op de indicator voor individueel ontslag bij een regulier contract resp. voor tijdelijke contracten, en voor het verschil tussen beide. Nederland heeft dan na Portugal en Tsjechië de meest strikte bescherming voor vaste contracten, en anderzijds een vrij soepele regulering voor tijdelijke contracten (nummer vijf na het VK, Ierland, Zweden en Litouwen). Dit forse verschil verklaart volgens sommigen de grote flexibele schil in Nederland. Echter, Polen, Spanje en Griekenland zijn de drie landen met een grotere flexibele schil dan Nederland: daar blijkt het verschil in ontslagbescherming tussen vaste en tijdelijke contracten juist klein.

Geen effect bij groei van dit verschil in ontslagbescherming 

Het rapport zet de verandering in het aandeel van tijdelijke contracten in de totale werkgelegenheid af tegen de verandering in het verschil tussen de EPL-indicatoren voor vast en tijdelijk werk. In Nederland zijn EPL-indicatoren tussen 2000 en 2013 nagenoeg onveranderd, terwijl toch het aandeel tijdelijk werk sterk groeide. In Polen nam het aandeel tijdelijk werk nog sterker toe, terwijl het verschil in bescherming daar juist flink kleiner werd. Als deze analyse “.. enige samenhang laat zien, dan is het juist het omgekeerde van wat men zou verwachten” zeggen de profs.

Andere factoren kunnen invloed hebben. Denk aan economische structuur resp. groei, globalisering, leeftijdsopbouw. Maar, melden de profs, de enkele multivariate analyses daarover bieden evenmin een verklaring voor de verschillen tussen landen wat betreft verhouding ‘vast’ en ‘flex’.

Geen bewezen effect loondoorbetaling  

Wat is het effect van sociale zekerheid? De Beer en Verhulp behandelen dat met onder meer het Panteia-onderzoek. Dat is gesneden koek voor lezers van deze nieuwsbrief: een meerderheid van werkgevers schrikt niet terug voor aannemen van personeel respectievelijk omzetten van tijdelijk in vast; belangrijk is of het bedrijf vooruitzichten heeft. De auteurs laten zien dat flexwerk al vanaf 1980 groeit; voorover de wijzigingen TZ/Arbo, WULBZ, VLZ en WIA die groei versnellen, is dat alleen tijdelijk. En een analyse op 19 OESO-landen toont geen verband tussen groei van tijdelijke contracten enerzijds en lengte van loondoorbetaling anderzijds.

Wat weten we nu over de flexibele schil ? 

De wetenschappers hebben veel gegevens bijeengebracht, maar erkennen het beperkte zicht op samenhang. “Waar we nog het minst over weten, zijn de oorzaken van de groei van de flexibele schil in Nederland en de rol die de wetgeving daarbij speelt. De stellige uitspraken die hierover met enige regelmaat worden gedaan, zijn bijna nooit op gedegen onderzoek gebaseerd.” De internationale vergelijking toont grote variatie en biedt nauwelijks houvast voor een verklaring.

Impact op SER ?

De auteurs schrijven in hun voorwoord ernaar te streven ".. dat de informatie die wij verschaffen zoveel mogelijk boven twijfel is verheven en voor alle deelnemers aan het publieke debat als een gemeenschappelijke feitelijke basis kan dienen. Dan hoeft men in het maatschappelijke debat niet over de feiten te twisten, maar alleen over de wensen en voorkeuren." Paul de Beer bezet een leerstoel betaald door de drie vakcentrales FNV, CNV en MHP; Evert Verhulp is kroonlid van de SER - je zou zomaar kunnen denken dat hun kijk op de materie kan landen in het komende SER-advies over loondoorbetaling bij ziekte.

Vertrouwen en de arbodienstverlener  

Ik voeg graag iets toe aan. Genoemd Panteia-onderzoek wijst erop hoe werkgevers sterk beslissen op basis van verwachtingen over bedrijfscontinuïteit. Men bevroeg werkgevers over vijf belemmeringen om personeel vast in dienst te nemen. 'Arbo' weegt zwaar. Tabel 18 duidt de mate waarin werkgevers zich belemmerd voelen. Opmerkelijk: drie van de vijf issues zijn te beïnvloeden door werkgever en arbodienstverlener! Naarmate deze beter helpt problemen te beheersen, zal de werkgever meer vertrouwen hebben dat vaste werknemers lonen. Goede arbo- en verzuimaanpak geeft concurrentievoordeel. 

 

Het rapport van De Beer en Verhulp is gefinancierd door de Stichting Instituut Gak, en gratis te downloaden.

---
---

LINKS: 

Handhavingsnieuws VS, klik hier

Het rapport van De Beer en Verhulp: klik hier

Deze nieuwsbrief wordt grotendeels verzorgd door Ton van Oostrum, zelfstandig expert en publicist arbo en verzuim. www.tonvanoostrum.nl Suggesties voor (uit te diepen) onderwerpen zijn welkom.