Themapagina – Loondoorbetaling 2020, scharnierpunt voor regie

Loondoorbetaling bij ziekte, wij zien dit als scharnierpunt voor regie van arbeidsorganisaties over verzuim en arbeidsongeschiktheid. De verplichting is verguisd en bestreden, maar de resultaten stemmen meer dan tevreden. Met het rapport van de ‘Commissie Borstlap’ van januari 2020 herstart de discussie over de duur van loondoorbetaling. Op deze pagina documenteren we het actuele debat.

Op een  subpagina (zie onderaan) geven we hoofdpunten van eerdere disputen en ervaring. Daar blijkt al al een kwart eeuw discussie: moet de loondoorbetaling twee jaar zijn, of (ander uiterste) acht weken? Nog niet eens zo lang geleden stelde het CDA dat voor (alsmede een ao-basisverzekering voor werknemers en zzp’ers, inmiddels kabinetsbeleid). Er blijkt ook dat (CPB-)berekeningen over hoge kosten van alternatieven niet zonder meer impact hebben: het regeerakkoord van 2017 negeerde waarschuwingen over de kosten. Het kabinet haalde bakzeil, minister Koolmees moest vervolgens wel 450 miljoen jaarlijks uittrekken voor acceptatie van zijn weer nieuwe alternatief, de verzuim-ontzorg-verzekering.

 

Update 3 juni 2020:  “Een van de krachtigste en succesvolste beleidsmaatregelen om ziekteverzuim en daaropvolgende arbeidsongeschiktheid te reduceren is de introductie geweest van loondoorbetaling bij ziekte.”  Het Centraal Planbureau bekijkt, zoals gebruikelijk in de opmaat naar een kabinetsformatie, alternatieven voor beleid. Die hebben minpunten, zoals al vaker was berekend. Externe link https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/CPB-Kansrijk-arbeidsmarktbeleid-update-sociale-zekerheid-2020.pdf 

 

Update 10 mei: ‘Borstlap’ is pas het begin – Geen verband bewezen tussen wetgeving en aandeel flexwerk  Paul de Beer is bijzonder hoogleraar op de Henri Polak leerstoel voor arbeidsverhoudingen, ingesteld door de FNV. Hij ziet de voorstellen van ‘Borstlap’ als onvoldoende voor herstellen van de machtsbalans tussen werkenden en werkgevenden. Aldus zijn column van 24 februari op de site van de Wiardi Beckmanstichting, wetenschappelijk bureau voor de sociaal-democratie.

Werkgevers bang voor vaste contracten?  Hij bestrijdt het veel aangehaalde (voor)oordeel, dat strikte regulering van vaste arbeid (met in Nederland de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte als voorbeeld), het vele flexwerk in de hand zou werken. “Feit is dat internationaal vergelijkend onderzoek nog nooit een verband heeft aangetoond tussen de wetgeving in een land en het aandeel tijdelijke of flexibele arbeidskrachten.” .. “Spanje [kent] een veel lichtere ontslagbescherming van vaste contracten dan Nederland en juist een striktere regulering van tijdelijke contracten. Niettemin is het aandeel tijdelijke contracten in Spanje nog groter dan in Nederland!”

Maar daarmee is de twee jaar loondoorbetaling in Nederland nog niet wetenschappelijk gelegitimeerd. “.. de relatie tussen het gebruik van flexibel werk en de loondoorbetaling bij ziekte is moeilijk aan te tonen, doordat de duur van de loondoorbetaling in Nederland zo extreem is vergeleken met andere landen (Nederland is een ‘outlyer’), dat een betekenisvolle statistische analyse niet mogelijk is. Bovendien wordt in dergelijke analyses geen rekening gehouden met het feit dat driekwart van de kleinere bedrijven het ziekteverzuimrisico heeft herverzekerd en dat werkgevers de procedurele verplichtingen in geval van langdurige ziekte (de Wet Poortwachter) als een grotere last ervaren dan de loondoorbetaling an sich.”

Externe link, https://www.wbs.nl/publicaties/borstlap-pas-het-begin

 

Nieuws 5 februari: Wie worden de leiders van de verandering?  Het voortouw lijkt bij Koolmees te blijven liggen

Harry van de Kraats bepleit, als vervolg op ‘Borstlap’ een gemeenschappelijke visie in fases te implementeren. Op 4 februari schrijft hij op LinkedIn: “Het zou goed zijn om te starten met arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden en met de een scholingsbudget voor alle werkenden. Echter, met visie implementeren vergt leiderschap! .. De tijd van analyse is voorbij. Wie worden de leiders van de verandering?” Hij zelf, zou u denken. Maar sinds 1 januari is Van de Kraats niet meer directeur van de AWVN, en stopte ook zijn directeurschap Sociale Zaken bij VNO-NCW en MKB Nederland. Hij is nu partner bij executive-search-bureau Maes & Lunau in Amsterdam. Actieve sociale partners laten zich niet horen … LinkedIn https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:6630397009423581184/

 

Artikel in de KoM-nieuwsbrief van 3 februari 2020:

Borstlap: “We moeten de bakens verzetten” – Het vervolg lijkt vooralsnog klassiek

Het rapport “In wat voor land willen wij werken” kreeg waardering vanwege de brede, samenhangende benadering. Die euforie leek met een dag verdampt. Voorzitter Borstlap had bij de presentatie de 23e januari nog gevraagd: kijk verder dan uw eigen werk en onderneming, schuif uw particuliere belang in ieder geval voor een poosje opzij. “Wij bepleiten de vorming van een brede maatschappelijke alliantie die gaat werken aan het opnieuw inrichten van alle regels rond werk.”

Gemengde reacties  MKB-voorzitter Vonhof leek nog mild op die bijeenkomst. Het Algemeen Dagblad interviewde hem en citeerde hem de dag erna: ‘Rapport-Borstlap haalt elke prikkel uit ondernemerschap’. FNV-er Boufangacha was ter plekke kritisch. Maar het FNV-nieuwsbericht had een gemoedelijke kop, “Borstlap onderschrijft arbeidsmarktanalyse FNV”. Daaronder staat weer stevige taal: de commissie gaat te ver met het sterk inperken van de ontslagbescherming, het voorgestelde deeltijdontslag “zou werknemers vogelvrij verklaren”.

Vervolg  Verdwijnen het ‘rapport-Borstlap’ en dat van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in de spreekwoordelijke lade? We brengen in herinnering de WAO-rapporten van bijna 20 jaar geleden. In de commissies Donner en Vreeman speelden sociale partners nauwelijks een rol. Toch is het toen gelukt tot een wezenlijke én gedragen hervorming te komen. Kan zoiets nu weer? Borstlaps oproep tot een brede maatschappelijke alliantie betekent afstand nemen van de Nederlandse polder waar werkgevers- en werknemersorganisaties vooral in beslotenheid deals maken. Minister Koolmees zei de regie te willen nemen. Zijn eerste stap is de aankondiging van een kabinetsstandpunt, op uiterlijk 1 april: het klassieke model waarin de coalitiepartijen vooral in beslotenheid deals maken.

 

Uit de extra KoM-nieuwsbrief van 24 januari 2020: 

“In wat voor land willen wij werken?” – Rapport geeft spannende punten voor de arbosector  Loondoorbetaling bij ziekte naar één jaar, geen plicht tot re-integratie in het ‘tweede spoor’, één basis ao-verzekering voor alle werkenden. Dat zijn enkele hoofdpunten van de Commissie Regulering van Werk in haar eindrapport: “In wat voor land willen wij werken?”. De arbeidsmarkt van de toekomst is voor haar een weg met uitsluitend drie rijbanen: de arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd tussen werkgever en werknemer; uitzendwerk, via een beroepsmatig uitzender, met een maximumtermijn bij éénzelfde inlener; het zzp-schap, met geen of nauwelijks fiscale bevoordeling ten opzichte van werknemers. ..

Loondoorbetaling: zorgpunten  .. • [Er]springt als eerste in het oog de loondoorbetaling bij ziekte. Die plicht gold voor een jaar sinds 1996, en voor twee jaar sinds 2004. Evaluaties in 2006 wezen op groot succes, net als het stabiele verzuim sindsdien à ± 4% (tot 2018). ‘Het tweede jaar’ loondoorbetaling raakte binnen enkele jaren steeds meer omstreden. Diverse verkiezingsprogramma’s in 2012 pleitten tegen loondoorbetaling of voor hoogstens een jaar. De verplichting heette werkgevers af te houden van bieden van vaste contracten. In haar tussenrapport leek de commissie geen oog te hebben voor het belang dat de werkgever bij ziekte van z’n werknemer de regie behoudt. Zo bezien is het een pluspunt dat de commissie nu pleit voor één jaar loondoorbetaling, in plaats van afschaffen of verplicht collectief verzekeren waar soms politieke meerderheden voor leken.   • Anderzijds geldt dat dit grote zorgpunten geeft voor het georganiseerd bedrijfsleven en de arbosector. De prikkel voor werkgevers om zich in te zetten voor re-integratie wordt meer dan evenredig minder. Een Poortwachtertoets na één jaar is minder onderbouwd en dus meer omstreden en voor bezwaar vatbaar. Het risico van het tweede jaar is voor mkb-werkgevers nu voor een klein bedrag verzekerbaar, de optie voor terugkeer in werk blijft daarmee open. Inmiddels is er ook de ervaring in de bedrijfsgezondheidszorg dat kanker- en PTSS-patiënten merendeels re-integreren in vooral eigen werk, meestal in het tweede jaar. De continuïteit in begeleiding is voor deze mensen een groot goed. Voor anderen die ‘het eerste jaar passeren’ kan verandering in begeleiding gezondheidsnadeel met zich brengen.   • Ongetwijfeld brengt de maatregel een grotere instroom in de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Dit terwijl de Commissie juist zelf opmerkt dat het breed gewenste weer (meer) gaan werken voor eenmaal arbeidsongeschikten extra moeilijk is.

Tweede spoor niet meer verplicht  De commissie geeft in overweging om re-integratieverplichtingen ook te verlichten door beperking tot ‘het eerste spoor’. Als er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn of te creëren zijn binnen het eigen bedrijf zou het dienstverband kunnen worden beëindigd, aldus de commissie. Dit opent de mogelijkheid dat loondoorbetaling in het mkb vaak korter zal zijn dan één jaar: een ondergraven van de kern van loondoorbetaling. Die draait om behoud van de band van werkgever en moeizaam belastbare werknemer. De instroom vanuit mkb-werkgevers naar de WIA is nu ruim twee keer gunstiger dan vanuit het grootbedrijf. Dat kan zomaar omslaan, óf de instroom vanuit mkb naar werkloosheidsregelingen neemt toe.

Eén arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle werkenden vraagt nog veel uitwerking  Bij het Pensioenakkoord van juni 2019 is een in beginsel verplichte ao-verzekering voor zzp’ers afgesproken. In diezelfde maand bepleitte de commissie Borstlap één fundament voor álle werkenden. Nu is het pleidooi één verzekering voor werknemers en zelfstandigen. Dit om wisselen van rijbaan op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken. De uitkering zal op minimumbestaansniveau zijn. Voor werknemers is er een verplichte aanvullende verzekering, voor zzp’ers keuzevrijheid. Naar analogie van het werknemersstelsel ziet de commissie een wachttijd van een jaar voor zelfstandigen. Wij zien dan de noodzaak van definitie van de eerste ziektedag en verduidelijking van wat er daarna moet gebeuren. Dat wordt een flinke puzzel. Met een rol voor de arbosector?

De volledige nieuwsbrief van 24 januari 2020: klik

 

De geschiedenis van de loondoorbetaling tot 2020, subpagina, klik