Hond op kantoor – rechter legt billijke vergoeding op

Rechter legt billijke vergoeding op bovenop transitievergoeding

Baanverlies door gezondheidsprobleem in weerwil van oordeel bedrijfsarts en UWV

schermafdruk-2017-05-27-09-23-39Een werkneemster in Nederland was een jaar in dienst toen haar werkgever zijn hond mee ging nemen naar het werk. Door allergieklachten moest ze zich ziek melden. Tests toonden geen allergie voor honden. Volgens de bedrijfsarts kwamen de klachten waarschijnlijk door de hond, die kan volgens hem niet meer op kantoor komen, tevens is reiniging nodig. De werkgever liet de vloerbedekking vervangen door laminaat, liet elke week schoon maken en plaatste een apparaat voor luchtverfrissing. Hij bleef de hond meenemen naar kantoor. De werkneemster vroeg daarop een deskundigenoordeel, UWV vond de nodige aanpassingen onvoldoende uitgevoerd.

De situatie verbeterde niet, de werkneemster verzocht de kantonrechter in Rotterdam om ontbinden van de arbeidsovereenkomst mét een zogeheten billijke vergoeding. Inmiddels was bij haar ook allergie voor honden vastgesteld.

Uitspraak

De zaak diende in december 2016. De rechter vond een hond op kantoor ongebruikelijk, het dier was niet al bij begin van het dienstverband op kantoor. Bij nadeel voor de gezondheid van de werkneemster moet de werkgever adequate maatregelen nemen. De werkgever had niet duidelijk gemaakt waarom hij de hond niet kon thuislaten. De rechter verweet de werkgever diens betoog dat tests aanvankelijk geen allergie uitwezen: dat is geen wijze van omgaan met het gegeven dat werkneemster allergisch zou kúnnen zijn voor honden. De werkgever liet niet als proef de hond thuis om te zien of de klachten zouden verdwijnen. Niet de werkgever maar de werkneemster initieerde het deskundigenoordeel. De kantonrechter oordeelde tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, tot betaling van de geldende transitievergoeding aan werkneemster, én tot een billijke vergoeding. Dat laatste kan volgens de WWZ alleen in zeer uitzonderlijke gevallen. De kantonrechter zag hier zo’n geval. De werkgever vond de aanwezigheid van de hond kennelijk belangrijker dan de gezondheid van werkneemster: dat bracht de rechter tot toekennen van  2.500 euro.

Impact bedrijfsarts en UWV?

Dit is een betrekkelijk extreme zaak (mag je hopen), met nog weinig betekenis voor de ontwikkeling van jurisprudentie en houvast voor de billijke vergoeding.

Naast het beschrevene in de uitspraak spelen misschien meer trubbels tussen betrokkenen. Het is hoe dan ook te zien als schreeuwend onrecht, dat een serieus gezondheidsprobleem in het Nederlandse stelsel kan leiden tot baanverlies met een schamele vergoeding. Zou de werkgever gedwongen zijn tot een andere houding in een stelsel van verzekering van beroepsrisico? De oordelen van de bedrijfsarts en UWV hadden betreurenswaardig weinig impact. Durft u dit artikel te laten lezen aan een vakbondsactivist of andere criticus van het stelsel?

Rechtszaak: klik