‘OUDE BOUWVAKKER KOST KAPITALEN’

Uit KoM-nieuwsbrief 9 februari 2016

Verminderde inzetbaarheid van oudere werknemers ?

‘OUDE BOUWVAKKER KOST KAPITALEN’

Cobouw, dagblad voor de bouwsector, kopte dit op 2 december 2015. Het baseerde zich op onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB). Pensioenuitvoerder APG financierde dat. Zijn oudere bouwvakkers extreem duur? Wat leren we als professionals van zulk onderzoek? Het TSG, Tijdschrift voor Volksgezondheid en Wetenschap publiceert een kritische analyse, de KoM-leden krijgen een voorproefje.

Duurzame inzetbaarheid in euro’s uitgedrukt

Het bij ouderen hogere (1) ziekteverzuim en hun grotere kans op (2) arbeidsongeschiktheid impliceren (3) productiviteitsverlies. De kosten van die drie zijn voor 2010 berekend op € 5.400 per 55-plus bouwvakker. Bij een pensioenleeftijd van 67 is het € 12.400, van een tiende naar bijna een kwart van de bruto loonkosten. Voeg daarbij toename van het aandeel 55-plussers, en er ontstaat een dramatisch beeld: het aflopen van vervroegde uittredingsregelingen en de stijgende pensioenleeftijd kunnen in 2030 een miljard meerkosten betekenen.

De onderzoekers verkenden mogelijk beleid: verlichten van het werk en verbeterd gebruiken van de nog vele resterende mogelijkheden. Maar een aantal ouderen heeft al beperkingen of aandoeningen van het bewegingsapparaat. Maatregelen hebben bij hen nauwelijks effect. De onderzoekers rekenden aan de variant van uitplaatsing van dreigend arbeidsongeschikten. Er is te denken aan een collectieve voorziening als er ook voordelen zijn voor de nieuwe werkgever, zoals een ‘no risk polis’. Dat kan de kosten voor de bouwsector reduceren met 12%. Dat wordt 60% als de sector 30% van de oorspronkelijke loonkosten in die collectiviteit stopt, aldus de economen.

Cobouw interviewde EIB-directeur Taco van Hoek, en Tinka van Vuuren, senior consultant bij inkomensverzekeraar APG/Loyalis. Zij zien het zo lang mogelijk aan het werk houden van mensen als het beste. Maar ze bepleiten ook een fonds om bijtijds een probleemgroep oudere, bijna versleten werknemers elders in of buiten de bouw te plaatsen. Het zou ook vervroegd uittreden mogelijk moeten maken tegen “afgebrand” raken. Tegen oneigenlijk gebruik door werknemers of ‘free-rider’ gedrag zou de werknemer zelf moeten bijdragen met inleveren van pensioen.

Onderzoek moet boven twijfel staan

Het artikel in het TSG bekijkt de EIB-berekeningen kritisch. Dan blijken er verbeterpunten, te beginnen met de berekende kosten bij een pensioen op 67 jaar. In 2010 was de gemiddelde leeftijd van uittreding 61,6 jaar. De onderzoekers hebben lineair geëxtrapoleerd naar de hogere pensioenleeftijd, en voor de WIA gerekend met vier resp. zes jaar uitkeringsduur. Daar valt veel op af te dingen. Dat geldt ook voor de aanname dat een nu 35-jarige bouwvakker over 20 jaar even ongunstig scoort in verzuim etc. als zijn 55-plus collega nu.

Onmiskenbaar betekent inzet van oudere werknemers kosten. Voor een zuiver debat moet een onderzoek echter aan hoge eisen voldoen. Anders ontstaan sensationele uitspraken (‘dure bouwvakkers’) en onterechte verwachtingen (‘de VUT terug’). Het TSG-artikel noemt verbeterpunten voor eventueel onderzoek in andere sectoren: gebruik uitkomsten van PMO’s of Work Ability vragenlijsten, bezie gebruikelijke loopbanen van werknemers en HR-beleid om dat gunstiger te maken, doordenk consequenties van het ‘healthy worker effect op beschikbare gegevens en vooruitberekeningen. De economische invalshoek is te verrijken met de insteek van arbeidsgeneeskunde en arbodienstverlening.

‘Werken maakt ook gezond’

Een verbeterpunt is ook het bezien van productiewijzen. De bouw kent meer ‘prefabricage’: in fabrieken machinaal gemaakte onderdelen worden op de bouwplaats nog slechts gemonteerd. Dat geeft minder lichamelijke belasting. Ook is er verschuiving naar meer werk aan bestaande gebouwen en relatief minder nieuwbouw. In die kleinschaliger activiteiten kunnen ouderen beter op hun plaats zijn.

Kennelijk is er in de bouwsector bereidheid om geld in een collectiviteit te storten voor afvloeien van mensen. Als arboprofessional vind ik het wonderlijk dat de EIB-economen niet gerekend hebben aan de variant van behoud: oudere bouwvakkers met steun van dat fonds laten werken aan grootschalige woningisolatie in bestaande bouw.